Aantal tijdelijke krachten neemt toe door onrustige arbeidsmarkt
Uit de arbeidsmarktanalyse 2009 blijkt dat ondernemers steeds meer behoefte hebben aan maatwerk. Van werknemers wordt flexibiliteit, specialisatie maar bovenal hart voor de zaak verwacht. Om dit te bereiken is een match tussen werkgever en werknemer essentieel. Op de huidige arbeidsmarkt verlangen beiden flexibiliteit en inlevingsvermogen van elkaar. Een HRM-adviseur en twee in horeca gespecialiseerde uitzendbureaus over hoe werkgevers hier mee om zouden moeten gaan.
Op het eerste gezicht lijken horecaondernemers met de huidige werkloosheidscijfers in een luxe positie te verkeren als het om personeelswerving gaat. Het lijkt hierbij echter veel meer te gaan om kwaliteit dan kwantiteit; meer personeel aannemen heeft weinig zin wanneer het niet goed is in zijn werk. Ardiënne Verhoeven, oprichtster van het personeelsadviesbureau Workwonders: ‘Werkgevers en werknemers moeten elkaar op deze onrustige markt blijven vinden. Het is daarom nodig dat zij goed op de hoogte zijn van elkaars verwachtingen en wensen, en het is voor beide partijen van belang om hierover goed te kunnen communiceren.’ Dit is volgens Verhoeven niet alleen belangrijk tijdens de werving en selectie van personeel. ‘Ook om personeel te behouden is het nodig verwachtingen en wensen helder op elkaar te blijven afstemmen.’
Hier ligt volgens Verhoeven het grootste probleem. ‘Jaarlijks stroomt twintig procent van het totaal aantal horecawerknemers de sector uit. Dat is gedeeltelijk te verklaren uit het relatief grote aantal tijdelijke medewerkers, bijvoorbeeld studenten. Maar een deel knapt ook af op de branche, vooral door een tekort aan secundaire arbeidsvoorwaarden. Dit maakt dat er telkens een tekort blijft aan goed opgeleide mensen, die juist de werving en selectie van nieuw personeel hadden kunnen uitvoeren.’
De snel veranderende arbeidsmarkt met een stijgend aantal tijdelijke medewerkers biedt echter ook kansen. Midden jaren negentig zagen twee uitzendbureaus gespecialiseerd in het uitzenden en begeleiden van horecapersoneel het licht: Mise en Place en Ivoren Wachters. Eerstgenoemde levert vooral bedienend en cateringpersoneel, laatstgenoemde richt zich hoofdzakelijk op de hotellerie. Beide bureaus wilden meer contact met werkgevers en werknemers en hen meer flexibiliteit en begeleiding bieden.
Sabrine van den Bor, vestigingsmanager bij Mise en Place in Amsterdam: ‘Grote uitzendbureaus besteden nauwelijks aandacht aan de training en begeleiding van hun personeel. Dat is doorgaans ook niet hun doel, maar het is in de horeca wel nodig.’ De potentiële uitzendkrachten – altijd HBO- of WO-studenten – ondergaan bij Mise en Place een strenge selectieprocedure. ‘Er wordt vooral gekeken naar houding, inzet en inlevingsvermogen. Belangrijker dan reeds aanwezige kennis is de wil om te leren. Vervolgens volgt een schriftelijke overhoring en drie inwerkdiensten.’
Een intensief voortraject, maar hoe komt die essentiële match tussen werkgever en werknemer uiteindelijk tot stand? Van den Bor: ‘Of het nu om kleine of grote opdrachtgevers gaat, wij gaan altijd uit van maatwerk. Middels een uitgebreide kennismaking tussen ons, de uitzendkrachten en de opdrachtgever weten we precies welke onderneming bij welke student past. Nadat iemand ergens aan de slag is gegaan onderhouden we altijd nauw contact met alle betrokken partijen.’
Ook bij Ivoren Wachters staan intensief contact tussen betrokken partijen en flexibiliteit voorop. Managing director Kim Roza: ‘Een opdrachtgever kan ons in de avonduren nog bellen om een nachtreceptionist in te zetten.’ Maar Ivoren Wachters wil ook een band creëren en een stabiele factor zijn in het contact tussen werkgever en werknemer. ‘Loyaliteit moet van twee kanten komen; die op het laatste moment opgeroepen nachtreceptionist wil net als de vaste krachten ook een kerstpakket ontvangen. Dat moeten wij onze opdrachtgevers nog wel eens vertellen.’
De voordelen van werken met tijdelijke krachten zijn volgens Roza evident, juist in deze tijden van economische recessie: ‘Veel opdrachtgevers ontslaan nu hun vaste personeel, maar komen bij noodgevallen toch altijd bij ons uit. Wij zorgen dat er altijd iemand kan werken, de werkgever hoeft bij ziekte niet door te betalen en men hoeft niet zelf de contracten af te sluiten.’
Ondanks het succes van de bureaus wijst Verhoeven erop dat de meeste (vooral kleinere) horecaondernemers hun personeel nog steeds via via vinden. ‘Ondernemers verlangen directe inzetbaarheid en binding met het bedrijf. Dat kun je eerder verwachten van mensen die je zelf al kent of van mensen die door je netwerk worden aangedragen. Andersom weten deze potentiële werknemers ook waar zij aan de slag gaan, en wat zij kunnen verwachten.’